NEDERLANDSE VERTALING VAN DE SPELREGELS VAN DE L.I.H.G.
OFFICIAL RULEBOOK 1956 EDITION

Tweede Afdeling - TEAMS.
Regel 13 Opstelling der teams.

A) Een team zal samengesteld zijn uit zes spelers, bestaande uit een doelverdediger, rechter verdediger, linkerverdediger, midvoor, rechter vleugel en linker vleugel.
B) Iedere speler zal een afzonderlijk nummer op de rug van zijn trui dragen met een formaat van tenminste 25 cm.
Noot: Aan niet meer dan zes spelers is het toegestaan op een bepaalde tijd op het ijs te zijn en aan het spel deel te nemen. Wanneer er op een bepaald moment te veel spelers op het ijs zijn moet een minor penalty aan het overtredende team worden opgelegd.

Regel 14 Captain van het team.
A) Ieder team moet een captain aanwijzen en niet meer dan twee assistants, en slechts een hiervan, die op het ijs is op het tijdstip dat het spel gestopt wordt, zal het recht hebben om de scheidsrechter te vragen volgens welke regel hij het spel gestopt heeft.
B) Ieder team dient, indien mogelijk, te allen tijde een captain of een assistent op het ijs te hebben.
C) De captain moet de letter “C” dragen en de assistants de letter “A”, ongeveer 8 cm groot, in contrasterende kleuren op een opvallende plaats op de voorkant of mouw van hun trui. Indien dergelijke letters niet gedragen worden, zal het privilege, zoals toegestaan bij A) niet worden verleend.
D) De scheidsrechter of Official Scorer zal voor de aanvang van iedere wedstrijd door de leider of coach van elk team op de hoogte worden gebracht van de namen en nummers van de captains en assistants en dit zal worden genoteerd in het officieël wedstrijdverslag.
E) Geen doelverdediger, reserve doelverdediger of een vervanger voor de doelverdediger heeft het recht captain of assistant te zijn.
F) Geen spelende coach heeft het recht als captain of assistant op tetreden.
G) Een misconduct penalty moet worden opgelegd aan iedere captain of assistant, die niet op het ijs was op het moment dat het spel gestopt werd en die van de spelersbank komt na het stoppen van het spel om met de scheidsrechter in discussie te treden volgens welke regel hij het spel gestopt. Indien een scheidsrechter wenst te spreken met de captain of assistant, die niet op het ijs is, kan hij deze door een van de spelers laten roepen van de spelersbank.

Regel 15 Spelers in uitrusting.
A) Bij het begin van iedere wedstrijd mogen de teams niet meer dan vijfteen spelers in uitrusting hebben, waarvan twee doelverdedigers moeten zijn.
Noot: De naam van de tweede of reserve doelverdediger moet op het scheidsrechtersformulier worden ingevuld en alleen hem is het toegestaan als doelverdediger te spelen.
B) Een lijst van de namen en nummers van alle wettige spelers moet aan de scheidsrechter of official scorer worden overhandigd voor de wedstrijd aanvangt, en geen verandering of aanvullingen hierop zijn toegestaan na aanvang van de wedstrijd.
C) Aan ieder team is het toegestaan een doelverdediger tegelijk op het ijs te hebben. De doelverdediger mag uit het spel genomen en vervangen worden door een speler. Aan een dergelijke vervanger worden niet de priveleges van een doelverdediger toegekend.
D) geen speler dan alleen een doelverdediger is toegestaan de uitrusting van een doelverdediger te dragen.
Noot: Aan teams is het toegestaan een reserve doelverdediger op te stellen, indien zij dit wensen en hij mag opgesteld worden naar goeddunken van het team, maar zal geen bestrafte speler mogen vervangen.

Regel 16 Beginopstelling.
A) Voordat de wedstrijd begint en voor het bebin van elke periode wordt, op verzoek van de scheidsrechter, aan de manager of coach van het bezoekende team verzocht de namen te noemen van de spelers bij de beginopstelling aan de scheidsrechter of official scorer, en op ieder moment moet op verzoek van de scheidsrechter een opstelling op het ijs gebracht worden, waarmee direct het spel kan worden begonnen.
Noot: Indien in competities van een thuisteam geen sprake is, zullen de teams die aan de competitie deelnemen bij onderlinge afspraak uitmaken welk het thuisteam zal heten; dit kan gebeuren door het opgooien van een munt of iets dergelijks.
B) Geen verandering in de beginopstelling, zoals aan de scheidsrechter of official scorer is opgegeven, of in de opstelling, waarin gespeeld moet worden, mag worden aangebracht voordat de wedstrijd werkelijk begonnen is. Voor een schending van deze regel wordt een minor penalty opgelegd aan een speler van het overtredende team, die door de manager of coach zal worden aangewezen.

Regel 17 Het gelijk maken van een team.
Mocht een ongeluk plaats vinden nadat de wettige spelers van beide teams, uitgezonderd de doelverdedigers, aan de wedstrijd hebben deelgenomen en er geen volledig team van zes spelers beschikbaar dan moet het team , dat in de meerderheid is een voldoende aantal spelers laten vallen om de teams te krijgen met een gelijk aantal spelers.

Regel 18 Het verwisselen van spelers.
A) Spelers mogen te aller tijde verwisseld worden door spelers van de spelersbank, met dien verstande, dat de spelers, die het ijs verlaten altijd op de spelersbank zijn en buiten het spel voordat enige wisseling heeft plaatsgevonden.
B) Een speler, die een straftijd op de strafbank uitzit en die verwisseld moet worden, nadat zijn straftijd om is, moet onmiddellijk naar zijn spelersbank gaan en pas daarna kan gewisseld worden.
C) Voor overtreding van deze regel moet een minor penalty worden opgelegd aan de speler met wie hij wisselt.

Regel 19 Verwonde spelers.
A) Wanneer een speler, behalve de doelverdediger, gewond is of genoodzaakt is het ijs gedurende de wedstrijd te verlaten, mag hij zich van de wedstrijd terugtrekken en vervangen worden door een reserve, maar het spel moet voortgang hebben zonder dat de teams het ijs verlaten.
B) Indien een doelverdediger een verwonding oploopt, zal hem, na het verlaten van het ijs, tien minuten worden toegestaan om zich te herstellen.
C) Indien een vervanger voor de verwonde doelverdediger noodzakelijk is wordt een aanvullende 5 minuten toegestaan. Deze vervanger valt dan onder de regels betreffende doelverdedigers en hem zal toegestaan geworden de volledige uitrusting van de doelverdediger te dragen.
D) In geval van verwonding van de doelverdediger wordt het aan spelers toegestaan het ijs te verlatenmet goedvinden van de scheidsrechters, maar zij moeten op bevel van de scheidsrechters onmiddellijk klaar zijn om het spel te hervatten.
E) Indien een bestrafte speler gewond is, kan hij naar de kleedkamer gaan zonder de verplichting op de strafbank te blijven zitten, maar is het noodzakelijk voor hem een vervanger op de strafbank te plaatsen.
F) Indien een gewonde bestrafte speler naar zijn spelersbank terugkeert voordat zijn straf om is, mag hij de speler die voor hem had plaatsgenomen op de strafbank gedurende het eerste stopzetten van het spel, vervangen, indien zijn manager of coach dit wenst, maar wanneer hij aan het spel deelneemt voordat zijn straf om is, dan ontvangt hij nogmaals een minor penalty.
G) Wanneer een speler zo gewond is, dat hij het spel niet kan voortzetten of zich naar zijn spelersbank kan begeven, zal het spel niet gestopt worden voordat een der spelers van het team, waarvan de speler is gewond, in het bezit is van de puck op het moment van de verwonding, moet het spel onmiddellijk gestopt worden, tenzij dit team in een scoring positie is, dan zal de scheidsrechter met fluiten wachten, totdat deze kans genomen is.
Noot: In het geval waar het duidelijk is, dat een speler een ernstige verwonding heeft opgelopen, mag de scheidsrechter het spel onmiddellijk staken.


Home
Terug