NEDERLANDSE VERTALING VAN DE SPELREGELS VAN DE L.I.H.G.
OFFICIAL RULEBOOK 1956 EDITION

Afdeling 1 - DE BAAN
Regel 1. De baan.
Een ijshockey-wedstrijd moet gespeeld worden op een baan omsloten door een omheining bekend als balustrade met afgeronde hoeken, die een straal hebben van niet meer dan 2 meter en niet minder dan 1,5 meter.

Regel 2. Afmetingen van de baan.
A) De maximum grootte van de baan moet 61 meter lang en 30 meter breed zijn met een minimum lengte van 56 meter en breedte van 26 meter en moet omgeven zijn door een omheining van niet meer dan 1,22 meter en niet minder dan 1 meter, gemeten van het ijsoppervlak.
B) De omheining, verder balustrade genoemd, moet zodanig gemaakt zijn, dat de zijde aan het ijsoppervlak vrij moet zijn van enige belemmering of iets dergelijks, dat de spelers zou kunnen verwonden, en moet gelijk van kleur zijn, liefst wit.

Regel 3. Doelpalen en -netten.
A) Op een afstand van 2,5 meter min. en 3,5 meter max. vanaf ieder einde van de baan moet een rode lijn ter breedte van 5 cm en parallel aan de korte zijde van de baan op het ijs worden aangegeven. Deze lijn wordt doellijn genoemd.
B) In het midden van de doellijnen tussen de lange zijden van de balustrade moeten model doelpalen en -netten van goedgekeurd ontwerp en materiaal worden geplaatst op zodanige wijze, dat zij gedurende het verloop van de wedstrijd op dezelfde plaats blijven.
C) de doelpalen moeten een diameter hebben van 5 cm (aan de buitenkant gemeten) en moeten 1,22 meter hoog zijn en 1,83 meter van elkaar staan, binnenwaarts gemeten. Een bovenpaal (dwarsbalk) van hetzelfde materiaal als de doelpalen moet geplaatst zijn van de bovenkant van de ene paal naar de bovenkant van de andere paal en hierop stevig zijn bevestigd.
De binnen-afmeting van het doel, gemeten vanaf de doellijn tot de achterkant van het net, tot het diepste punt, mag niet meer dan 1 meter en niet minder dan 60cm bedragen.
D) een net van goedgekeurd ontwerp en hennep moet bevestigd zijn aan ieder doel.
Noot: Voor internationale wedstrijden moet een “Art Ross” net of een gelijkwaardig net - indien aanwezig - worden gebruikt.
E) doelpalen, bovenpalen en het frame, nodig voor het bevestigen van het net, moeten geheel rood geschilderd zijn.

Regel 4 Doelcirkel.
A) Voor ieder doel moet een doelcirkel met een rode lijn ter breedte van 5 cm worden aangegeven.
B) Een doelcirkel moet op de volgende manier worden uitgezet: 30 cm vanaf de buitenkant van iedere doelpaal moeten lijnen met een lengte van 1,25 meter en een breedte van 5 cm loodrecht op de doellijnen getrokken worden, waarbij de uiterste punten van deze lijnen weer worden verbonden met een lijn van 5 cm breedte.
Noot: Het is duidelijk, dat het gebied omsloten door de doelcirkel zich uitstrekt tot de hoogte van de doelpalen.

Regel 5 Verdeling van de ijsoppervlakte.
A) De ijsoppervlakte tussen de doellijnen moet verdeeld worden in drie gelijke zônes door een blauwe lijn ter breedte van 30 cm, dwars over het oppervlak getrokken en verticaal doorgetrokken op de lange zijden van de baan.
B) De zône van het ijsoppervlak waar het doel zich bevindt, wordt “ verdediging- zône” genoemd van het team, dat het doel verdedigt: het middengedeelte zal “neutrale zône” genoemd worden en de zône het verst verwijderd van het verdedigde doel de “aanval zône”.
C) Er moet een rode lijn ter breedte van 30 cm worden aangegeven in het midden tussen de doellijnen en deze moet dusdanig worden getrokken, dat hij parallel met de doellijnen loopt en verticaal doorloopt op de lange zijden van de balustrade; deze lijn zal “middenlijn” genoemd worden.

Regel 6 Middenstip en cirkel.
Een blauwe stip met een diameter van 30 cm moet op het midden van de baan op het ijs worden aangegeven; en met deze stip als middelpunt moet een cirkel met een straal van 4,5 meter met een blauwe lijn ter breedte van 5 cm worden aangegeven.

Regel 7 Face-off stippen in de neutrale zône .
Twee rode stippen met een diameter van 30 cm moeten in de neutrale zône, 1,5 meter vanaf iedere blauwe lijn, worden aangegeven. De stippen moeten 14 meter van elkaar en op gelijke afstanden van de lange zijden van de balustrade geplaatst zijn.

Regel 8 Buitenste face-off stippen en cirkels.
A) In beide buitenste zônes aan beide zijden van het doel moeten op het ijs rode face-off stippen en cirkels worden aangegeven. De face-off stippen moeten een diameter van 30 cm hebben en de cirkels 5cm breed zijn met een straal van 4,5 meter. Gerekend vanaf het middelpunt van de face-off stippen.
B) De ligging van de face-off stippen moet op de volgende manier worden vastgesteld:
Men trekt een lijn van 6 meter vanaf de doellijn en parallel hiermede. Dan trekt men een lijn vanuit het midden van ieder doel loodrecht op de getrokken lijn. Vanaf het snijpunt zet men 7 meter naar links en 7 meter naar rechts een punt uit, dat het middelpunt van de face-off stip en cirkel vormt.
Noot: Op buitenbanen kunnen alle lijnen en stippen, zoals vastgesteld in regels 5, 6 en 7 worden aangegeven door twee lijnen of cirkels, mits zij de voorgeschreven afmetingen niet overschrijden.

Regel 9 Spelersbanken.
A) iedere baan moet voorzien zijn van afzonderlijke plaatsen of banken ten gebruike van spelers van beide teams. Zulke plaatsen of banken moeten plaats bieden aan tenminste veertien personen van elk team en moeten zo dicht mogelijk geplaatst worden aan de lange zijde van de baan in de neutrale zône en zo dicht mogelijk bij het midden van de baan en waarbij de kleedkamers gemakkelijk te bereiken moeten zijn. De banken moeten gescheiden van elkaar geplaatst worden.
B) Waar mogelijk moet een doorgang gemaakt worden vanaf het ijsoppervlak naar de spelersbanken.
C) Aan niemand behalve de spelers in uitrusting, leider, coach en trainer van ieder team zal worden toegestaan gebruik te maken van deze banken.

Regel 10 Strafbanken.
A) Iedere baan moet voorzien zijn van plaatsen of een bank, strafbank genoemd, plaats bieden aan acht personen, ten gebruike van bestrafte spelers, straftijdopnemer, speeltijdopnemer en official scorer; deze plaatsen of banken moeten op een aanzienlijke afstand van de spelersbanken geplaatst zijn.
Wanneer de spelersbanken beide aan de zelfde zijde van de baan zijn geplaatst dan moet de strafbank aan de andere zijde van de baan geplaatst worden.
B) Indien mogelijk moet een doorgang vanaf het ijsoppervlak naar de strafbank zijn geconstrueerd.

Regel 11 Fluit en tijdmeetinstrumenten.
A) Iedere baan moet voorzien zijn van een gong of een andere geschikte geluids-installatie te gebruiken door de speeltijd opnemer.
B) Iedere baan moet voorzien zijn van een elektrische klok teneinde toeschouwers, spelers en wedstrijd-officials op de hoogte te houden van de tijd op elk gewenst ogenblik van de wedstrijd.
Noot: Waar klokken met vier wijzerplaten in gebruik zijn, zal de wijzerplaat, recht tegenover de speeltijdopnemer, de moederklok zijn.
C) Achter ieder doel moeten elektrische lichten opgesteld zijn ten gebruike van de doelrechters. Een rood licht zal een gemaakt doelpunt aangeven. Waar automatische lichten gebruikt worden, zal een groen licht het einde van een van een periode van de wedstrijd aangeven.
Noot: Een doelpunt kan niet gemaakt worden wanneer het groene licht brandt. Wanneer automatische lichten gebruikt worden, moeten het groen en rode licht gesynchroniseerd zijn, zodat wanneer het groen licht het einde van een periode van de wedstrijd aangeeft, het voor het rode licht onmogelijk is aan te gaan.

Regel 12 Kleedkamers en baanverlichting.
A) Iedere baan zal indien mogelijk van kleedkamers voorzien zijn, uitgerust met toilet en douche, ten gebruike van het bezoekende team.
B) Een afzonderlijke kleedkamer moet aanwezig zijn ten gebruike van de scheidsrechters en zo een kamer moet uitgerust zijn met toilet en douche.
C) Geen functionaris, leider, speler of bediende van geen der teams mag in scherpe discussie treden met een der scheidsrechters gedurende of na een wedstrijden niemand, behalve indien gemachtigd door de betrokken federatie, zal worden toegestaan de kleedkamer van de scheidsrechters binnen te treden gedurende het verloop van een wedstrijd. Voor iedere schending van deze regel zal het voorval door de scheidsrechter worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteiten ter verdere behandeling.
D) Alle banen moeten ruim voldoende verlicht zijn, zodat de spelers en toe-schouwers te allen tijde gemakkelijk het spel kunnen volgen.
Noot: Indien naar de mening van de scheidsrechters niet voldoende licht aan-wezig is om de wedstrijd te volgen, hebben de scheidsrechters de bevoegdheid de rest van de wedstrijd uit te stellen of tijd uit te trekken voor de noodzakelijke verbetering van de lichten. Wanneer een team in grotere mate gehandicapt is door gebrek aan licht en naar de mening van de scheidsrechters de wedstrijd niet uitgesteld dient te worden, zullen zij de bevoegdheid hebben de teams te verwisselen, zodat ieder team dezelfde speeltijd op een der einden van de baan speelt.

 


Home
Terug