Uit de verzameling boeken van John Kuypers leraar lichamelijke opvoeding en dansleraar te Voorburg, kwam deze korte verklaring van de spelregels zoals die tot 1931 gebruikt werden. In 1931 werd er in Europa namelijk de regel ingevoerd van 3 x 20 minuten speeltijd.

Korte verklaring van het ijshockey-spel
IJshockey wordt gespeeld op een door een omheining afgesloten terrein, de doelen bevinden zich in het veld op ongeveer 3 à 4 meter van de zijde, zodat om de doelen heen gespeeld kan worden.

Iedere ploeg bestaat uit 9 spelers, 1 doelverdediger, 2 achterspelers en 2 voorhoeden ieder van drie spelers, die elkaar ongeveer om de drie minuten afwisselen.

Het spel wordt gespeeld gedurende drie speeltijden van 1 kwartier met 10 minuten pauze ertussen, de ploegen wisselen van doel na iederen speltijd, terwijl bovendien de derde speeltijd na 7½ minuut van doel wordt gewisseld echter zonder pauze.

De tijdopnemers zetten hun stopwatch gedurende ieder onderbreking van het spel stop en beginnen eerst weder op te nemen, zodra de schijf weer in het spel is gebracht.

Het veld is door lijnen verdeeld in drie zônes, op de blauwe lijn wordt: o.a. de schijf weder door een bully in het veld gebracht, wanneer deze op zij of achter uit het veld is geweest. De schijf mag door een speler niet toegespeeld worden aan een speler die zich in een andere zône bevindt, doch moet eerst door die speler in die andere zône gebracht worden; bij overtreding wordt gefloten voor offside en wordt de bully genomen op de plaats waar de schijf geslagen werd.
De schijf wordt bij de aanvang en na een doelpunt in het midden van het veld in het spel gebracht door een bully, de scheidsrechter werpt de schijf op; de spelers die de bully nemen, mogen hun stok niet van het ijs brengen en de schijf pas raken als deze op het ijs is neergekomen.

Een doelpunt is gemaakt, wanneer de schijf in zijn geheel de lijn tussen de doelpalen heeft overschreden, de schijf komende van de stok van de aanvallende partij, dan wel dat de schijf op een andere wijze een speler van de verdediging heeft geraakt.

Ter beveiliging van de doelverdediger is om de doelen heen de z.g. doelzône op het ijs getraceerd, binnen welke zône de doelverdediger niet mag worden aangevallen, voor de doelzône geldt dezelfde offside regel als voor andere zônes.

Achter ieder doel is opgesteld de doelrechter, die de scheidsrechter moet berichten of een doelpunt zuiver is gemaakt zonder offside of andere fouten.
Het spel wordt geleid door 2 scheidsrechters, die ieder de helft van het veld onder hun leiding hebben.Om de spelers goed te kunnen onderscheiden, wat nodig is bij de bliksemsnelle verplaatsing van het spel, hebben deze op hun rug een groot nummer.

Ongelukken komen bij ijshockey slechts sporadisch voor, omdat de spelers zo goed beschermd zijn tegen vallen en andere ongevallen.
Waar ijshockey door snelheid van het spel en het gebruik van de stok en tevens door het opwindend karakter van deze sport aanleiding kan geven tot ongeoorloofde handelingen met de stok, het lichaam, de schaats, etc. daar zal de scheidsrechter speciaal tegen ruw spel zeer ernstig moeten optreden.

Vrije slagen komen als bestraffing bij ijshockey niet voor. Een speler die een ernstige overtreding begaat, wordt daarvoor bestraft, doordat de scheidsrechter hem doorgaans na een waarschuwing, waarbij dan volstaan wordt met een bully, voor één of meer minuten uit het veld zendt. Deze straf moet hij uitzitten onder het wakend oog van de tijdopnemer voor de bestraffingen, die de speler waarschuwt wanneer hij weder het veld mag betreden de straf geldt voor de volle minuten zonder aftrek van de spelonderbrekingen.
Het kan voorkomen bij een aanval op het doel, dat de scheidsrechter een speler van de verdediging pas straft, als de aanval is doodgelopen, om te voorkomen, dat de spelers van de verdediging een strafbaar feit begaan, om daardoor het spel te onderbreken.
Het is aan alle spelers van de verdedigende partij toegestaan om in de verdedigingszône spelers van de tegenpartij in het bezit van de schijf fair af te houden, mits niet te dicht bij de omheining, het afhouden mag geschieden met het lichaam zonder echter gebruik te maken van de stok en zonder aanloop te nemen.
De doelverdediger mag de schijf schoppen, naar achteren werpen, hij mag de schijf zittend, knielend of liggend tegenhouden, hij mag echter niet vasthouden of er bovenop gaan liggen.
In zo’n geval van overtreding van de doelverdediger wordt deze bestraft, doordat er een bully wordt genomen op 3 meter afstand van het midden van het doel, de doelverdediger blijft in het doel en de bully wordt genomen door 2 spelers, van iedere partij één, terwijl alle andere spelers op 5 meter afstand van de bully moeten zijn.
Streng wordt toegezien, dat de spelers de stok niet boven de schouders brengen; wordt een speler hierdoor verwond, dan wordt de overtredende speler streng gestraft: eveneens wordt het eigen rechter spelen zeer ernstig gestraft.


Home
Terug